Commentaar
![]() |
|
HAAL ERUIT WAT ERIN ZIT
Volgens mij heb ik u nog niet eerder verteld over mijn Geheime Identiteit. Dat zit zo: regelmatig schiet ik op straat een telefooncel in, waar ik me razendsnel omkleed en weer tevoorschijn kom als hoofdredacteur van Publish, het vakblad voor digitaal creatieven.
Drie dagen geleden vloog ik in die hoedanigheid naar Nieuwegein om een ‘masterclass’ van de Amerikaanse Photoshop-goeroe Scott Kelby bij te wonen. Kelby schrijft aan de lopende band bestsellers over Photoshop, met duizenden en nog eens duizenden tips en trucs. De masterclass viel nogal tegen, maar de bezoekers in de bomvolle zaal zaten, met het kladblokje op schoot, pen in de aanslag, klaar om elke tip te noteren die nog meer creatieve mogelijkheden biedt of het werk efficiënter maakt. Nou beweer ik niet dat alle grafische creatieven efficiënte denkers zijn. Punt is dat de mensen bij Kelby in de zaal het uiterste uit hun software willen halen. De meester zelf vertelde me dat hij er bij elk creatief probleem vanuit gaat dat het op te lossen is. ‘In Photoshop kan immers alles, right?’ Als hij de oplossing heeft, belt hij meteen zijn buddies om het nieuws te delen. Dat vind ik een mooie werkhouding. Er zijn grafici die zo naar een bindstraat kijken, of een pers, een ctp-machine of een management informatie systeem. Er moet meer uit te halen zijn. Als het lukt, mag je best wat mensen bellen om erover te vertellen. Meteen de hele dag weer goed.
Graficus 10
Geef uw reactie op het commentaar
|
|
BUSINESS AS USUAL
Elke morgen, op weg naar de zaak, zie ik vanuit de trein het pand van Thieme Amsterdam. Vlak ernaast bevindt zich een gebouw van vakbond FNV. Ook niks aan te zien, maar daar moet het nu toch gonzen van de bedrijvigheid. Het maakt een onwezenlijke indruk, zo’n failliet pand. Alle dynamiek is eruit verdwenen, ondanks het drama dat zich er afspeelde. Van een kennis hoorde ik een tijdje geleden hoe zoiets gaat, een faillissement. Hij mocht zijn collega’s vertellen dat ze maandag niet meer naar hun werk hoefden. De ene collega nam het luchtig op, die had wel zin in wat vrije tijd. De ander barstte in snikken uit.
Onwillekeurig vraag ik me af hoe voormalig Thieme-voorman Mark van der Kallen er nu bij zit. Mogelijk is hij er kapot van. Zoveel bedrijven failliet en in de verkoop en zoveel mensen op straat. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Maar misschien vat hij het luchtig op. Van der Kallen is een zakenman en hij heeft nu zijn handen vrij voor nieuwe projecten. Zijn opvolger handelt de ellende met de verkoop en de faillissementen af. Er is vaak genoeg gesuggereerd dat faillissementen onderdeel van de bedrijfsstrategie uitmaakten bij Thieme. Business as usual, maar dan op iets grotere schaal. Onlangs gaf het bedrijf een inkijkje in de eigen duurzame ambities (zie volgende Graficus). Altijd goed voor het imago. Op vragen over de actuele bedrijfssituatie ging de communicatiemanager niet in. Dat is niet goed voor het imago, zal de gedachte zijn geweest. Toch is het goed als een organisatie zijn sociale gezicht laat zien. Sociaal ondernemerschap is immers wel goed voor het bedrijfsimago.
Graficus 8-9 |
|
MET BEIDE BENEN OP DE GROND
Vergeleken met vorig jaar was het een pragmatische beurs. In Gorinchem leefden standhouders en bezoekers nog onder een glazen stolp, met de kredietcrisis op de achtergrond. Zelden zo vaak op stands horen roepen dat de champagne op was.
Dit jaar, in Hardenberg, stonden we met beide benen op de grond. Het was gezellig op de stands en in de gangpaden, want ondanks de sneeuw waren er genoeg bezoekers. Ondertussen zoemden er geruchten over de beursvloer. Een aardverschuiving in de branche. Thieme. Mark van der Kallen. Beroemde (en beruchte) namen die altijd in een adem worden genoemd. Nog voordat ik op weg naar huis ging, wist ik dat we meer te doen hadden dan alleen een nabeschouwing van de beurs maken. Het nieuws over de faillissementen plaatste alles wat er op de beurs gebeurde in een ander perspectief. De bezorgdheid van het GOC over de vergrijzende industrie (pagina 15), de groeikansen en de technische obstakels bij het verkennen van nieuwe markten (pagina 13). Moeten we ons zorgen maken over een toekomstig tekort aan geschoolde grafici? Of moeten we ons zorgen maken over een gebrek aan (sociaal) innovatief vermogen binnen de bedrijven?
De beurs in Hardenberg maakte in ieder geval duidelijk dat de branche nog steeds springlevend is. Er gebeurt van alles op het gebied van prepress, drukken, nabewerken en sign. Maar in een oogopslag zie je als bezoeker bij welke leveranciers het vertrouwen in de toekomst nog altijd het grootst is: de printerproducenten.
Graficus 6-7 |
|
HOLLEN
Je kunt van mij veel zeggen, maar niet dat ik ijdel ben. Toch poets ik deze week mijn schoenen een keertje extra, want die krijgen het zwaar te verduren in Hardenberg. Zelden hol ik zo vaak heen en weer op een dag, notitieboekje in de aanslag, als tijdens de grafische vakbeurs. En het is nog leuk ook. Net als andere jaren maakt de redactie dagelijks een Graficus Dagkrant, met daarin beursnieuwtjes, primeurs, leuke wetenswaardigheden en interessante gebeurtenissen. Dat betekent dus stands bekijken, informatie verzamelen, mensen interviewen en foto’s maken. Tussen de bedrijven door zijn we ook te vinden op de Graficus-stand, waar we de bezoekers te woord staan, stukjes tikken en redigeren.
Eigenlijk kan het niet, maar we doen het toch. Voor de bezoekers, voor de standhouders, voor elkaar en voor de broodjes beenham. Het is overigens geweldig om te doen – je spreekt iemand, en even later staat je stukje keurig opgemaakt op een pagina. Ondertussen krijgen we een berg achtergrondinformatie, waarmee we weer een tijd vooruit kunnen.
En er gebeurt elk jaar wel iets geks tijdens de beurs. Of na afloop. We hebben allemaal wel een paar kostbare herinneringen die we koesteren. Op de terugweg naar huis kan ik daar dan lekker lang over nadenken, want ik woon net als alle beursbezoekers aan de andere kant van de wereld. Ik kijk er nu alweer naar uit, naar die thuiskomst. Met mijn hoofd nog vol van de gekte van de beurs, zak ik dan langzaam in de luie stoel. Mijn versleten schoenen schop ik dan uit. Als ik goed mik, vliegen ze zo de afvalemmer in. Graficus 5 |
|
VERANTWOORD LEVEN
Nu de westerse economie langzaam maar zeker uit het dal omhoog klautert, beginnen sommige economen weer voorzichtig over duurzaam investeren. Ondanks alle berichten over de recessie blijft het onderwerp duurzaamheid de agenda beheersen. Eerst moest er een new green deal komen, waardoor we onszelf dankzij duurzame investeringen een weg uit de crisis konden kopen. Dit jaar moeten we duurzaam investeren, simpelweg omdat het kan en omdat het een goede investering is. Opdrachtgevers vragen er steeds vaker om en de klant is koning.
Met al dat gepraat over investeringen zou je bijna vergeten dat duurzaamheid een belangrijk doel op zichzelf is. 2010 Is het jaar van de biodiversiteit, lees ik in de kranten. Sinds de industriële revolutie sterven dier- en plantensoorten in rap tempo uit, door toedoen van de mens. Ondanks allerlei mooie afspraken neemt dat tempo alleen maar toe. Met de verdwijnende soorten komen allerlei ecosystemen onder druk te staan en dat heeft vervelende gevolgen voor de mens. Dat is weer eens iets anders dan dat eeuwige broeikaseffect. Er zijn nog veel meer treurige situaties waaraan de mensheid debet is. Uitbuiting, slechte werkomstandigheden, kinderarbeid – het is een treurige lijst. Wie maatschappelijk verantwoord onderneemt, doet er niet aan mee. Straks kan de verantwoorde ondernemer trots een sticker op zijn deur plakken waarmee hij aantoont dat zijn bedrijfsvoering op alle fronten deugt. En daarmee maakt hij goede sier bij de klant. Maar uiteindelijk gaat het om het
klimaat, de dieren, de planten. En bovenal om de kinderen.
Graficus 4 |
|
OPA VERTELT
De eerste keer dat ik op mijn werkplek toegang kreeg tot internet was een regelrechte sensatie. Het stelde nog niet veel voor, maar het was een verademing – e-mail! een browser! Het grafisch bedrijf trilde als een espenblad. Informatie werd digitaal, niemand wilde meer een boek kopen, het einde van een tijdperk, een kolossale bedreiging. Daar was ik niet mee bezig, want ik had ineens een ijzersterk communicatiemiddel; informatie delen met collega’s en klanten was een fluitje van een cent. Toch ging de ontwikkeling binnen het bedrijf langzaam. Veel te grote bestanden gingen als bijlage met berichten mee, terwijl er allang een File Transer Protocol bestond. Die berichten kwamen vaak niet aan, waardoor allerlei deadlines gevaar liepen. Er werd over gezeurd, maar we hielden liever vast aan de inmiddels vertrouwde e-mail.
En nu is internet – communicatiemiddel, ondersteuner van processen, marketinginstrument, sociale ontmoetingsplek, etalage en winkel tegelijk. En verspreider van zowel ellende als zegeningen. Sommige drukkers zien alleen de ellende en de bedreiging, veel klanten zien alleen de zegeningen en de kansen. Hoe ziet zo’n kans eruit? Even een stapje buiten de branche: collega Jasper wees me op www.sneeuwkettingen.com. In een autospeciaalzaak zie je banden, ruitenwissers en sportvelgen. Maar je zoekt sneeuwkettingen. Ga naar internet en je krijgt sneeuwkettingen. En dan zoek je een plasma tv. Op www.plasmadiscounter.nl alleen maar plasma tv’s. Het is dezelfde leverancier als de sneeuwkettingen. Over de kwaliteit van leverancier en producten weet ik niets, maar ze maken handig gebruik van de mogelijkheden van internet.
Graficus 3 |
|
ONDERBUIKGEVOELDIRECTEUREN
Ze zijn er nog steeds, managers die leidinggeven op ‘gevoel’. Maar het worden er steeds minder en met een spannend nieuw jaar voor de boeg zie ik dat als een vooruitgang. Besturen op buikgevoel (iedereen heeft het steeds over ‘onderbuik’, waardoor het nog onbetrouwbaarder klinkt) is alleen een prima tactiek als het geld niet op kan. De laatste onderbuikgevoeldirecteuren krijgen het zwaar dit jaar. Niemand die zich ervoor aanmeldt, maar het lijkt me geweldig om zo’n directeur een tijdje te volgen en er verslag van te doen. Met foto’s van een bureau vol cijfermateriaal, vakbladen en marktonderzoeken die hij alleen bekijkt als het hem goed uitkomt. Als een soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog springt hij dapper uit de loopgraven om in het open veld op de vijand af te rennen, een helse ervaring tegemoet. Het artikel sluit af met de beschrijving van de directeur, aan het eind van zijn latijn, die met holle ogen van vermoeidheid zijn bedrijf overziet en in blinde paniek een paar medewerkers ontslaat.
Zo hoeft het dus niet te gaan. Als ik zie hoe grafici steeds meer strategische voordelen zoeken, dan groeit mijn vertrouwen in de industrie. Web-to-print, crossmediale projecten, een hoge bezettingsgraad – het is ook voor kleine bedrijven mogelijk als ze de handen ineenslaan. Maar het kan alleen als die bedrijven vooruitkijken, verdienmodellen doorrekenen en zich op allerlei manieren laten informeren over kansen en mogelijkheden. Kijk maar eens op pagina 11.
Graficus 1-2 |
|
KLOP, KLOP Het idee dat de toekomst luid op de deur klopt, achtervolgt me al het hele jaar. De laatste maanden was het bijna hoorbaar, zo luid. Het lijkt alsof alle uitspraken over de toekomst van de communicatie-industrie op elkaar aansluiten; alsof iedereen dezelfde richting opkijkt.
Vorig jaar schreven we in de kersteditie van Graficus nog over kansen in crisistijd. Dat onder druk alles vloeibaar wordt, dat het nu op ondernemerschap en inventiviteit aankomt, dat dit het moment is om het roer om te gooien. Vervolgens was het voor de meesten van ons business as usual, met dit verschil dat de branche nog harder saneerde dan in voorgaande jaren.
Waarschijnlijk waren we vooral bezig met de nare gevolgen van de crisis. In de verloren uurtjes piekerden we over de langere termijn. Dat gepieker levert in ieder geval een belangrijk inzicht op, namelijk dat internet de wereld voorgoed heeft veranderd. Vele jaren lang hoorden erover, we lazen erover, we spraken erover en we schreven erover, maar we deden er niet veel mee.
Naar mijn bescheiden mening is dat nu voorbij. Bijna niemand gelooft nog dat de oude verdienmodellen het eeuwige leven hebben of dat internet er niet toe doet. Het wordt ook wel een keer tijd, want de volgende – mobiele – revolutie is inmiddels alweer in volle gang. In het komende jaar leren we onze klant echt kennen. En we helpen die klant door zijn wensen te vervullen, want die kennen we dan ook.
Ik wens u mede namens Rob, Erik, Robbert en Jasper een fantastische kerst een voorspoedig nieuw jaar, vol nieuwe en succesvolle initiatieven. Graficus 51 - 52 |
|
VAKJARGON
Het heeft jaren geduurd voordat ik me niet meer ergerde aan het lelijke industrieterrein waar ik ’s ochtends vroeg doorheen fietste op weg naar mijn werk. Het was er donker, nat en vies, vol kerende vrachtauto’s en zwaveldampen. Ik slaakte steevast een vermoeide zucht als ik de vrachtauto met het opschrift azijn/limonade zag die altijd naast de drukkerij stond geparkeerd. Ik stalde mijn fiets en via de expeditie liep ik dan door productieruimte, met rechts de drukkerij en links de binderij. Het contrast met de donkere, sombere, buitenwereld was fenomenaal. Binnen baadden de machines in neonlicht. Als ik mijn ogen dicht doe, hoor ik nog zonder moeite het geluid van de stampende persen, de frees- en de vergaarmachine. Het moet er stevig naar inkt hebben geroken, maar mij viel de lichtbedwelmende zoete geur van binderslijm op. Op deze plek vertelde ik vaker over de geweldige mannen die mij het vak leerden op wat toen de zetterij werd genoemd. Het waren voormalige loodzetters die met weemoed spraken over de tijden van weleer. Terecht, want de fotozetmachines waar we mee werkten, waren duidelijk niet het gedroomde alternatief en dtp stond nog in de kinderschoenen.
Ze leerden me een nieuwe taal. Halve kastlijn, divisie, haarlijn, hoerenjongen, vierkant wit, pasje, boven- en onderkast – het klonk mij als stoere poëzie in de oren. De woorden zaten al snel zo verankerd in mijn hoofd dat ik jaren later stomverbaasd was als een dtp’er niet begreep wat ik bedoelde als ik het over een Duitse komma had. Enfin, die herinneringen kwamen terug toen ik Het Groot Grafisch Dictee las. Kijk er ook eens naar op graficus.nl/dictee en test uw spellingskennis van het vakjargon. Veel plezier.
Graficus 50 |
|
GEDRUKT GOUD
Vorige week bezocht ik het Customer Media Congres, een jaarlijks evenement voor uitgevers en makers van ‘relatiemedia.’ De term sponsored magazines is een beetje in onbruik geraakt, omdat bedrijven media op een veel bredere manier inzetten dan alleen een gedrukt magazine. Het congres heeft al jarenlang dezelfde presentator, Jeroen Smit, die elke spreker dezelfde vraag stelt: hoe lang duurt het nog voordat het gedrukte magazine definitief is verdwenen? Zo’n spreker – vaak een marketeer, communicatiemanager of vormgever – laat zich dan soms verleiden tot een concreet antwoord. Dit jaar varieerden de voorspellingen van drie to t vijf jaar. Leuk vooruitzicht.
Gelukkig kwam de Deen Henrik Øgaard van softwareontwikkelaar Zoomio met een stuk positiever geluid. Het gaat er volgens Øgaard helemaal niet om dat we gedrukte producten vervangen door online producten. Nee, het gaat er om dat we elk medium inzetten voor het juiste doel en dat die media elkaar ondersteunen. De opdrachtgever wil zijn communicatiedoelstellingen bereiken en het helpt hem niet dat het ene medium voorrang krijgt boven het andere. Drukwerk blijkt dan nog steeds een sterke toegevoegde waarde te hebben. Als een spin in het web vormt het magazine het middelpunt van een ingewikkeld samenspel van sociale netwerken, websites, microblogs (Twitter!), e-mailen DM-campagnes, aldus Øgaard. Via allerlei verschillende wegen komt de opdrachtgever steeds dichter in de buurt van de koopwensen van zijn klanten, om die vervolgens te kunnen bestoken met precies de juiste aanbieding op het juiste moment. Als die aanbieding in gedrukte vorm de potentiële klant bereikt, dan heeft de drukker ineens goud in handen.
Graficus 49 |
|
TE VROEG OM UIT TE RUSTEN Als nieuwe voorzitter van het KVGO heeft Cees Verweij een mooie uitdaging. De grafische industrie moet zichzelf opnieuw uitvinden, dat lijkt me zo klaar als een klontje. Maar het lijkt ook alsof sommige bedrijven behoefte hebben aan rust. Even geen nieuw verdienmodel of samenwerkingsverband, geen splinternieuw, volautomatisch en vanuit het bedrijfskantoor gestuurd productieproces. En al helemaal geen gedoe met het web of crossmedia. Dan nog liever de prijs iets naar beneden en wat extra uren maken.
Het KVGO is niet de aangewezen partij om die spiraal te doorbreken, weten we al sinds lange tijd. Maar misschien ziet de nieuwe voorzitter ergens een kiertje, waardoor hij de deur naar nieuwe kansen iets verder open kan zetten. Je weet het maar nooit, uitrusten kan altijd nog. Voor de bedrijven zelf is het in ieder geval niet eenvoudig. Zelfs een bedrijf als Roto Smeets Group moet zich schikken naar de moeilijke omstandigheden van de markt. Zo’n grote organisatie zou toch iets moeten kunnen forceren, denk ik dan. Al was het maar in de Nederlandse markt.
Het was in ieder geval mooi om te horen dat marketingcommunicatietak Media Partners bij de groep blijft. Het is natuurlijk slechts een splintertje van de hele onderneming en op Europees niveau zo goed als onzichtbaar. Maar het is ook een andere vorm van dienstverlening, waar Roto Smeets nu met een nieuwe blik naar kan kijken. Misschien ligt daar wel een potentieel alternatief voor de toekomst. Waarschijnlijk heb ik ongelijk en is het allemaal te klein, te onbelangrijk, te laat en te moeilijk. Maar ik ben toch benieuwd. Wat zou de nieuwe KVGO-voorzitter ervan denken?
Graficus 48 |
|
KENNIS IS MACHT
Het kan natuurlijk altijd beter, maar per saldo heb ik de leukste baan ter wereld. Ik kom op beurzen en congressen, ik bezoek seminars en ik spreek allerlei interessante mensen. En zo steek ik onderweg van alles op. Dat is wel eens anders geweest.
In mijn vorige leven in de drukkerij ontwikkelde ik me ook, maar dat kwam vooral omdat ik samenwerkte met een paar fantastische collega’s. Verder kwam ik nauwelijks buiten de deur. Eigenlijk stond alles wat niet onder het kopje ‘productie’ viel gelijk aan spijbelen. Ik was afhankelijk van een paar vakbladen die af en toe min of meer per ongeluk op de afdeling naar binnen waaiden. Vakliteratuur mocht ik uit eigen portemonnee betalen – alsof ik voor de lol een dikke pil over kleurbeheer wilde lezen. De komst van een internetverbinding op de werkplek was dan ook niets minder dan een redding.
Het gevolg van het beleid van dat bedrijf was dat mijn collega’s en ik steeds beter werden in een klein deel van het vak. Bij mijn toenmalige werkgever was zo’n beetje alles aanwezig, maar er waren collega’s die geen idee hadden wat die lui in de binderij eigenlijk de hele dag uitspookten en andersom. Sinds ik voor Graficus werk, stroomt de informatie me tegemoet over alles wat te maken heeft met het prachtige grafische vakgebied en daar doe ik mijn voordeel mee. Uit het onderzoeksrapport Nieuwe Drukvormen (zie pagina 8) blijkt dat grafische ondernemers over het algemeen weinig bereidheid tonen om opleidingen en bijeenkomsten te volgen. Dat de ondernemers die dat wel doen succesvoller zijn, verbaast me niets.
Graficus 47 |
|
DURE PERSEN Tijdens zijn onderzoek over veranderingsprocessen in de grafische industrie sprak bedrijfseconoom Richard van Hoorn een ondernemer die aangaf liever een miljoen uit te geven aan een nieuwe pers dan vijftigduizend euro aan procesverbetering (zie pagina 8 en 9). Het is een eerlijk antwoord, maar je vraagt je af hoe zo’n ondernemer die investering ooit wil terugverdienen. Veel persfabrikanten en leveranciers willen juist dat hun razendsnelle paradepaardjes in een zo goed mogelijk geautomatiseerde omgeving terecht komen. Daarom geven ze voorlichting aan hun klanten over procesintegratie en standaardisering. Als de prepress niet op orde is, dan maakt zelfs de snelste pers de verloren tijd in het voortraject niet meer goed. En het doel is toch niet om de snelste pers te hebben? Het lijkt mij juist de sport om de productie zo te organiseren dat de output zo hoog mogelijk wordt met een minimum aan investeringen. Wat is de lol van een peperdure, supersnelle pers, als je steeds moet wachten op de volgende klus? Volgens mij komt de ondernemer uit het onderzoek van Van Hoorn steeds meer alleen te staan in zijn mening, maar hij heeft ongetwijfeld nog flink wat medestanders. Je kunt dat zien aan de manier waarop er soms over ict’ers wordt gepraat. Bij seminars over procesintegratie hoorde ik om mij heen vaak de opmerking ‘daar moet ik dan wel een ict’er voor aannemen’. Net alsof dat betekent dat je per saldo geen geld bespaart. Een kleine investering in automatisering betekent soms dat je een andere, gigantische investering achterwege kunt laten. Dat is nog eens return on investment.
Graficus 46 |
|
WE ZULLEN DOORGAAN
Ik heb me er nooit illusies over gemaakt; wat de overheid betreft werk ik tot ver na mijn 65ste door. Mij best. De tendens was al duidelijk toen ik begon met mijn loopbaan in de grafische industrie. We leefden destijds nog in een vutparadijs, maar als je het nieuws een beetje volgde, kon je toen al op je vingers natellen dat het systeem op langere termijn geen stand hield. Pensioenopbouw is nou eenmaal een kwestie van langere termijn. En nu is het ook nog eens crisis.
Volgens mij besefte Agnes Jongerius dit ook toen ze de onderhandelingen instapte over de AOW¬ – er was geen beginnen aan. De FNV-topvrouw, onlangs uitgeroepen tot de machtigste vrouw van Nederland door het maandblad Opzij, stond vanaf het begin met de rug tegen de muur. Haar flirt met de PVV was verrassend, maar ook weer logisch. Ze moest toch wat. Het heeft haar alleen imagoschade opgeleverd.
De overheid wil de vier miljard die de nieuwe maatregelen mogelijk jaarlijks opleveren gewoon hebben. Over een paar decennia zijn er veel te veel 65-plussers en wie weet zijn alle pensioenfondsen dan bankroet. Wat ik maar moeilijk kan geloven, is dat er tegen die tijd veel banen zijn voor oudere werknemers. Tot voor kort hadden we een overspannen arbeidsmarkt, maar een werkloze 55-plusser maakte desondanks nog steeds nauwelijks kans op een baan, hoe goed en ervaren hij ook was. Ben benieuwd hoe ze dat varkentje straks gaan wassen. In de rubriek Van Mening op pagina 7 de vraag of graficus een zwaar beroep is.
Graficus 45 |
|
DE GROENE OPLOSSING
Op internationaal niveau gaat alles wat met overleg en milieu te maken heeft als een nachtkaars uit. Aan de stoelpoten van het protocol van Kyoto, het laatste grote internationale verdrag op milieugebied, werd vanaf het begin gezaagd. En niemand verwacht spannende dingen van de klimaatonderhandelingen in Kopenhagen eind dit jaar.
Hoe anders is het op lokaal niveau. Tijdens de Dag van Duurzaam Drukwerk bleek dat er wel degelijk een hoop belangstelling is voor duurzame productie en inkoop van drukwerk. Ik mocht de verschillende presentaties aan elkaar praten en was behoorlijk onder de indruk van de bomvolle zaal. Het was te hopen dat we aan de verwachtingen konden voldoen.
Al snel bleek dat de bezoekers niet alleen waren gekomen voor een dagje netwerken. Er waren kritische en belangstellende vragen vanuit de zaal. En het mooiste was: het ging de bezoekers en sprekers echt om een bijdrage aan een beter milieu. De criteria voor duurzaam inkopen die de overheid liet opstellen door SenterNovem werden door het publiek eerder te zwak dan te streng bevonden.
Economie en ecologie gaan goed samen, zo bleek keer op keer tijdens het evenement. Grote klanten vragen om duurzame producten en ‘groene’ ondernemingen liggen goed in de markt. Maar puur winstbejag is geen serieuze doelstelling voor de duurzaam producerende graficus. Het milieu is gebaat bij beter georganiseerde ondernemingen, recycling, minder afval en vernieuwende verdienmodellen. De nieuwe grafische ondernemer is een groene ondernemer. Over een tijdje is het imago van de grafische industrie niet langer het probleem, maar de oplossing. Graficus 43 |










